Uilen weetjes


In de hele wereld, behalve op de Zuidpool, leven uilen. Meer als 175 verschillende soorten. De Latijnse naam voor uilen is Strigiformes. Dit woord is afgeleid van het Latijnse woord Strix, dat heks betekent. Hieraan kan je zien dat sommige mensen vroeger uilen eng vonden en er zelfs bang voor waren. Deze mensen dachten dat uilen de brengers van ongeluk en dood waren.
Bij de Grieken was de uil juist het symbool van wijsheid. Vreemd genoeg staat de uil ook soms voor domheid. Denk maar aan uilskuiken(=domoor), uilachtig kijken (=dom kijken) of uilig (=dom). Door de jaren heen wisten de mensen dus niet goed wat ze moesten denken van uilen. Het waren maar geheimzinnige nachtjagers, die ook nog geruisloos konden vliegen en enge geluiden maakten. We weten nu door wetenschappelijk onderzoek dat het bijzondere vogels zijn de op een speciale manier jagen. De meeste uilen hebben zich gespecialiseerd in de nachtjacht, maar er zijn ook uilen die overdag jagen.

De Uil:
Uilen worden de nachtroofvogels onder de roofvogels genoemd. Buizerd en torenvalk zijn bijvoorbeeld dagroofvogels. Roofvogels zijn vogels die op andere dieren jagen. En dus carnivoren (vleeseters)zijn.

Uilen hebben sterke klauwen waar ze hun prooi mee grijpen en vaak ook al mee doden. Uilen hebben vier tenen, twee naar voren en twee naar achter. Eén teen van achter kan eventueel naar voren gedragen worden. De poten zijn licht bevederd.

Op de vleugelveren van een uil zit een soort fluweelachtig dons, aan de rand zit een fijne franje; hierdoor kan een uil geruisloos vliegen.
Veer

Het gezicht van een uil heeft vaak veren die rond zijn ogen schuin gerangschikt zijn. Dit noemt men de “sluier”. Deze veren geleiden de geluidsgolven richting de oren. Rondom de snavel bevind zich een verenborstel. Deze “borstel” gebruikt de uil omdat hij van kortbij niet goed kan zien en zo zijn prooi kan voelen of bij het voeren van de jongen.
Lapland

De enorme oren bevinden zich achter het gezicht of “de sluier”. Het zijn gaatjes die verborgen onder de kopveren zitten en je kunt ze dus niet zien. Uilen kunnen de kleinste ritseltjes en piepgeluidjes horen. Ook kunnen ze heel goed horen waar het geluid vandaan komt en hoe ver het is. Dit komt omdat de oren niet op dezelfde hoogten zitten. Zo kunnen ze van verschillende kanten geluidsgolven opvangen en bepalen waar de prooi zich bevind. Vandaar dat een uil ook met zijn kop beweegt voor in te schatten waar de prooi zich bevind. Veel soorten uilen hebben “oorpluimen”, die echter niets met het gehoor te maken hebben. Het zijn verlengde kopveren, die iets over de stemming van de uil zeggen. Zit de uil in rust dan is zijn verenkleed mooi losjes gerangschikt en dragen zij hun oorpluimen iets liggend. Is de uil alert of op zijn hoede dan gaan de oorpluimen omhoog. Verder worden de oorpluimen per soort verschillend gedragen bij bv. dreighouding of  zich “onzichtbaar” maken tegen gevaar.

De ogen van een uil kunnen niet draaien, ze zitten vast in de oogkas. Als een uil wil rondkijken moet hij dus zijn hele kop draaien. Hij kan zijn kop 270 graden draaien. Dit is driekwart rond! En dat zowel naar rechts als naar links. Uilen zijn bijziend. Ze kunnen dus van dichtbij niet goed zien. Iets dichtbij zoals een prooi in de poot of een te voeren jong tasten de uilen even af met de veerborstels die om de snavel heen zitten. Uilen kunnen wel heel goed in de verte kijken. Afhankelijk van het soort kunnen de ogen van uilen drie kleuren hebben, namelijk zwartbruin, oranje of geel. Aan de kleur van de ogen kan je bijna altijd zien in welk deel van de dag hij jaagt. De uilen met zwarte ogen jagen ’s nachts. De uilen met oranje ogen jagen ook in de schemer en de uilen met gele ogen jagen overdag.

Iedere Uil broed op verschillende wijze. Afhankelijk van de leefomgeving waarin ze wonen. Ook het aantal eieren, tijd van broeden en tijd van in het nest verblijven verschilt per soort. Voordat de uilskuikens uitvliegen maken ze al kleine uitstapjes of fladderen in en rond het nest. In deze periode worden ze takkelingen genoemd. Kom je zo’n stuntelaar tegen ,dan moet je hem niet meenemen. Ze redden zich prima en hun ouders zijn in de buurt, ook al zie je ze misschien niet.

 

 

De spijsvertering van een uil:
Spijsvertering

De uil eet meestal zijn prooi met huid en haar op. Uilen hebben géén krop en juist wél een blinde darm, in tegenstelling tot de meeste andere vogels. De maag bestaat uit twee delen. De kliermaag en de spiermaag.
Via de slokdarm komt het voedsel eerst in de kliermaag aan. Dit wordt ook wel de echte maag genoemd. Het maagzuur wordt hier aan het voedsel toegevoegd. De spijsvertering gaat vrij snel waarbij de maagsappen niet in staat zijn botjes aan te tasten.
Van de kliermaag gaat het voedsel naar het tweede deel, de spiermaag. Deze maag is sterk gespierd en van binnen bekleed met een harde geribde binnenlaag. De onverteerbare delen zoals botjes en haren worden verzameld in deze spiermaag. Ze worden hier samengeperst tot een bal die uitgebraakt wordt zodra hij een bepaalde grootte heeft bereikt. De braakballen zijn met slijm bedekt en samen met de haren van de opgegeten prooi werkt dit als bindmiddel waardoor ze niet uiteen vallen en gemakkelijk de slokdarm kunnen passeren. Daar krijgt de braakbal zijn vorm. Het uitbraken van de ballen is geen reflex maar een gewilde beweging, die naar eigen keuze wel of niet ingehouden kan worden. Na een onvoldoende maaltijd of een hongerperiode in het vooruitzicht houdt de uil de ballen langer in de maag.
Een uil die alleen schoon vlees te eten krijgt  (dus zonder veren, haren of botjes) wordt ziek en gaat tenslotte dood.